• Corry en Evert Goes luisteren tijdens festival Bunnik over Bunnik naar het levensverhaal van Evert, opgetekend aan de hand van een interview en voorgelezen door Jeannette Turpijn.

    Colijn van Noort

Oorlogsjaren in Bunnik

In het kader van het oralhistoryproject van verhalenfestival Bunnik over Bunnik tekende Jeannette Turpijn ruim twee jaar geleden het verhaal van Evert Goes (1932-2017) op, die als kind de oorlogsjaren in Bunnik meemaakte.

Jeannette Turpijn

Aan de Stationsweg ligt het station. Dat lijkt logisch, maar niet in Bunnik. In 1932 ligt het station er wel. De trein uit Arnhem en Driebergen stopt er. Schooljongens stappen 's ochtends in en de trein gaat verder naar Vechten en Utrecht en 's middags komen ze weer terug. In dat jaar wordt de kleine Evert geboren in het huis aan de Stationsweg 7 en zijn leven speelt zich af rond die weg. Eerst is er het verdriet wanneer zijn vader overlijdt en zijn moeder alleen achterblijft met de zorg voor Evert, nog maar twee jaar oud, en zijn zusjes. Om geld te verdienen opent ze een kruidenierswinkeltje aan de overkant, naast de slager. En er is nieuw geluk: in 1939 hertrouwt zijn moeder en later wordt nog een zusje geboren. Iedere morgen loopt Evert naar school, naar de Barbaraschool, ook aan de Stationsweg, even verderop.

BOMMENWERPERS Maar dan is er oorlog en verandert er veel. De spoorlijn vormt de verbinding met Duitsland, evenals de weg die nu A12 heet, en die vlak voor de oorlog is aangelegd. Ze zijn een geliefd doelwit voor de Engelse bommenwerpers. Er is angst in het kleine huis op nummer zeven. Het luchtalarm gaat af en moeder gaat snel met de zusjes de kelder in. Evert en zijn (stief)vader zijn niet bang. Ze gaan meteen naar buiten om te kijken. Het is spannend. Vader zegt: ,,Als je de vliegtuigen ziet, moet je in de richting lopen waar ze vandaan komen en als ze dichtbij zijn gauw in een greppel duiken.'' De jongen ziet het gevaar niet. Hij is niet bang, maar dat verandert wanneer er een bom valt op de boerderij van de familie Vos langs het spoor. Vier, vijf mensen zijn dood. En ook bij Vechten, langs het spoor, sterven mensen door een bom. Dan is het niet meer spannend.

De bombardementen gaan door, maandenlang, iedere week. Je weet nooit wanneer ze komen. De mensen van de Stationsweg moeten weg, maar niet iedereen gaat. Het gezin van nummer zeven gaat wel en trekt in bij de boerderij aan de Smalleweg, vlakbij de Stationsweg, maar het is er veel veiliger. Evert loopt vaak langs zijn huis. Er zitten Duitsers in. Ook in de school zitten Duitsers en de kinderen moeten verderop naar Bloemenwaard aan de Schoudermantel. Dan moeten ze wel het spoor oversteken, maar dat kan niet iedere dag. Er gaan weken voorbij dat de kinderen de school niet zien. Er is gelukkig genoeg plek om te spelen. Achter de kerk aan de Stationsweg zijn sportvelden waar je kunt voetballen en daarachter ligt de Kromme Rijn waarin de kinderen zwemmen. Evert kan zwemmen voordat zijn moeder het weet. Er is eten genoeg in het dorp en bij de boeren buiten het dorp: aardappels, melk, groente. Soms wordt er, hoewel dat verboden is, een varken geslacht.

BEVRIJDING De bevrijding komt. De Engelsen komen vanuit Zeist, steken de Kromme Rijn over en trekken door Bunnik verder naar Utrecht. De mensen zijn blij, maar er is geen uitbundig feest zoals in Utrecht. De bewoners van de Stationsweg kunnen weer terug naar hun huizen. NSB'ers worden opgepakt. Later komen ze terug en ze blijven in het dorp wonen. Aan de Stationsweg is een grote kerk gebouwd. Voor de oorlog is de bouw begonnen en in 1945 wordt de kerk gewijd door kardinaal De Jong. Het is een prachtige kerk, vindt Evert, die actief is in de kerk als misdienaar en acoliet. Als hij volwassen is en sterk, werkt hij vrijwillig als grafdelver en drager. Ook bij de protestante kerk is hij drager. In zijn kast hangen twee kostuums: een jacquet voor de katholieke begrafenissen en een zwart pak met tressen en koorden voor de protestantse begrafenissen.

DANSLES Evert groeit op en gaat met zijn vrienden op dansles bij RK dansschool Zegers in Utrecht. Sommige vrienden zijn niet katholiek en krijgen van hem een rozenkrans mee zodat ze kunnen aantonen dat ze wel katholiek zijn, anders kom je immers deze dansschool niet in. Evert leert er een aardig meisje uit Tienhoven kennen. Ze trouwen en gaan bij Everts tante inwonen aan de Molenweg, op het hoekje vlakbij de Stationsweg. Later verhuizen ze wat verder weg, maar nog steeds in Bunnik. Evert werkt bij de post. Drie jongens worden geboren. Ze groeien op en vliegen uit en krijgen zelf kinderen. Ze wonen in de buurt van Bunnik, maar ze zouden wel in Bunnik willen wonen. Het is echter moeilijk om aan een geschikt huis te komen. Evert en zijn meisje van dansles zijn altijd in Bunnik gebleven en zouden nergens anders willen wonen. De laatste jaren, voordat Evert in 2017 overlijdt, wonen ze samen in een aanleunwoning bij Bunninchem, schuin achter de kerk. Ook dan is de Stationsweg niet ver weg.

Bunnik over Bunnik vindt najaar/winter 2018 weer plaats met workshops en presentaties. www.facebook.com/bunnikoverbunnik