• Pixabay - Sipa

Huismus in Bunnik meest geteld tijdens tuinvogeltelling

BUNNIK De huismus is de meest getelde vogel in Gorinchem tijdens de nationale tuinvogeltelling van afgelopen weekend. Ook landelijk werd de huismus ‘winnaar’.

door Louis van Oort

Fanatieke en minder fanatieke vogelaars in het hele land telden afgelopen vrijdag, zaterdag of zondag een half uur de gevederde vrienden in hun tuin of op hun balkon. Meer dan negentigduizend deelnemers telden in totaal ruim 1,5 miljoen vogels.

In Bunnik werden in 195 tuinen in totaal 2976 vogels waargenomen. Onderstaand kaartje toont de verspreiding van de getelde tuinen over de drie dorpen Bunnik, Odijk en Werkhoven. 

KOOLMEES TWEEDE De huismus voerde dus in Bunnik de boventoon - net als in de afgelopen jaren - met 579 stuks. Tweede werd de koolmees, met 433 waargenomen exemplaren, terwijl de top-3 werd volgemaakt door de pimpelmees (261 exx.).

Alleen in Zuid-Holland staat de koolmees op 1. In alle andere provincies voert de huismus de lijst aan en staat de koolmees op de tweede plek. Op plaats drie vind je de kauw of de pimpelmees. Verder werden veel vinken, houtduiven, Turkse tortels, roodborstjes en eksters geteld.

Merelsterfte

Met de merel gaat het nog steeds niet goed. In 2018 viel deze begenadigde zanger voor het eerst sinds de start van de telling buiten de top drie meest getelde vogels, en ook dit jaar moet ze het doen met de vijfde plek. Volgens Vogelbescherming hebben merels uit Noordwest-Europa de laatste jaren waarschijnlijk wat minder behoefte om naar het zuiden te trekken, omdat de winters steeds zachter worden. Ook waart sinds 2016 het voor merels dodelijke Usutu-virus rond. De vogelonderzoekers van Sovon zeggen dat het onbekend is hoelang het duurt voordat de populatie voldoende weerstand heeft opgebouwd en de sterfte door dit virus zal afnemen.

De liefde voor vogels (of in ieder geval voor de Tuinvogeltelling) verschilt nogal per provincie.

- In Drenthe waren er dit weekend bijna acht vogeltellers per duizend inwoners actief.

- Ook in Zeeland en Friesland (6,6 tellers per duizend inwoners) werd fanatiek gevogeld.

- In Limburg en Zuid-Holland deden de minste mensen mee aan de Tuinvogeltelling: net iets meer dan vier per duizend inwoners.