Jan van Dijk: 'Het was altijd op een donderdag'

Drieluik: De herdenking op Fort Rhijnauwen, de achtergronden

Hans Nap uit Bunnik is gepensioneerd onderwijzer en verdiept zich al jaren in de geschiedenis van het fort. "Fort bij Rijnauwen werd van het najaar 1942 tot het voorjaar van 1944 door de Duitse bezetters gebruikt als fusilladeplaats. Er zijn minimaal 52 mensen omgebracht, maar dat zouden er meer kunnen zijn. Sommige gegevens zijn kwijtgeraakt." De namen van de gevallenen staan op de gedenkstenen van het monument.

Brieven

Alle mensen die op Fort bij Rijnauwen omgebracht zijn tijdens de oorlog, zaten eerst in de gevangenis aan de Gansstraat in Utrecht, wat later het Pieter Baancentrum werd. Hans: "Daar zat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog het Kriegsgericht, de Duitse oorlogsrechtbank. Sommigen schreven een afscheidsbrief." Hans Nap heeft een aantal van die brieven in zijn bezit. Een van de brievenschrijvers is Piet (om privacy redenen laten we de achternaam achterwege). Hij schrijft aan zijn moeder en verloofde dat hij net heeft gehoord dat binnen een aantal uur zijn vonnis voltrokken zal worden.

Vanaf de Gansstraat werden de veroordeelden naar Fort bij Rijnauwen gebracht om - afgeschermd van de buitenwereld - geëxecuteerd te worden door de Duitsers. Die afscherming werkte niet helemaal, zo weet Jan van Dijk (83). Hoewel aan het zicht onttrokken door de wallen rond het fort, wisten omwonenden wel degelijk wat daar gebeurde. Van Dijk woonde in de oorlog op de boerderij naast het fort en hij woont er nu nog. Op de vraag of hij zich iets kan herinneren van die executies op het fort, is hij duidelijk: "Ik weet het nog als de dag van gisteren."

Salvo

De oom van Jan van Dijk stond op de markt in Utrecht. Van Dijk: "Hij kwam hier om 7.00 uur 's morgens zijn koopwaar halen. Soms waarschuwde hij ons. Dan zei hij: 'Straks hoor je een salvo vuur.' Dat was altijd op een donderdag. Dan had hij drie militaire auto's gezien die het terrein van het fort op kwamen. Een met soldaten, een met burgers en een met kisten. Een half uur nadat ze het fort opreden, werd er geschoten."

De boerderij van Van Dijk ligt pal naast het fort. De boerderij en de fusilladeplaats werden gescheiden door een grote aarden wal. Maar de kogels bleven niet altijd binnen de wallen van het Fort. Van Dijk: "De soldaten schoten in de richting van de boerderij. Er waren altijd een paar Duitsers die niet wilden doden en die schoten omhoog. Ze schoten over de bult grond heen en dan hoorden wij de kogels fluiten over het dak." Toen het dak vernieuwd werd, zijn er kogels teruggevonden.

Palen

De mensen die gefusilleerd werden, mochten kiezen of ze wel of geen blinddoek om wilden. Ze werden vastgebonden aan houten palen. Die drie palen stonden er na de oorlog nog, vol kogelgaten. Op die plek staat nu het monument.

Een uitvaartondernemer was belast met het afvoeren van de kisten. Hans: "In de archieven is vaak te vinden dat deze mensen zijn overleden in Velsen. Dat komt omdat ze daar werden gecremeerd. Op een plek waar men de namen van de slachtoffers niet kende. De as ging naar Duitsland. Na de oorlog bleek dat de bussen bewaard waren op Duitse begraafplaatsen. De meeste bussen zijn uiteindelijk bij de nabestaanden terecht gekomen."

Herdenking

Jan van Dijk heeft alle herdenkingen op Fort Rhijnauwen bezocht, regelmatig zat hij op de eerste rij. "Ik ben nog een van de weinigen die het bewust hebben meegemaakt. De herdenking is door de jaren heen steeds drukker geworden. Dat is een goede zaak. Wat daar gebeurd is, mag niet vergeten worden." (AC)