• Pastoor Hogenelst zegende de haan alvorens hem persoonlijk boven te brengen.

    Agnes Corbeij
  • Een pastoor (links) die in het bakje van een hoogwerker stapt, dat zie je ook niet elke dag.

    Agnes Corbeij
  • Drie maanden nadat de haan van de toren werd gehaald voor restauratie, staat hij er weer op.

    Agnes Corbeij

Een zeer rijke geschiedenis

BUNNIK De renovatie van de Barbarakerk in Bunnik vordert gestaag. De haan, klokken, wijzerplaten en kleine ramen zijn afgelopen week teruggeplaatst. De grote ramen zullen snel volgen.

Agnes Corbeij

Het bestaan van de Barbarakerk begon vlak voor de oorlog. Pastoor Hegge werd in 1938 benoemd als bouwpastoor en kreeg de opdracht mee een grotere, nieuwe kerk neer te zetten. Een baronesse schonk de grond. Henk van Bentum, nu 87 jaar oud, kan zich de jonge jaren van de Barbarakerk nog wel herinneren. "Pastoor Hegge wilde dat alle werklieden die aan de kerk bouwden, uit Bunnik kwamen. Zodoende is de kerk gebouwd door parochianen."

In 1940, toen de oorlog uitbrak, was de kerk nog niet klaar. Van Bentum: "De Duitsers gaven toestemming om de kerk af te bouwen, maar er moest wel bezuinigd worden. Vanaf dat moment werd het zand aangevoerd door boerenkarren van parochianen. Soms kon er maar een kuub zand in zo'n kar."

KOKER Toen de eerste steen gelegd werd, werd een loden koker ingemetseld. Cor van Es, ook de tachtig gepasseerd en een parochiaan met een goed geheugen: "In die koker ging een papier met de naam van de bouwpastoor en de leden van de kerkraad erop. Toen de steen goed en wel ingemetseld zat, vertelde de smid die de koker dichtgemaakt had, dat hij ook zijn eigen naam op dat papier had geschreven!"

Pastoor Hegge speelde in die tijd een dominante rol. Henny Kuster, parochiaan: "Hij zorgde dat elke parochiaan een bijdrage deed. Ik heb wel eens het verhaal gehoord dat hij ging kijken hoeveel bussen melk de boeren langs de weg hadden. Dan wist hij wat ze konden missen." Veel glas-in-lood ramen, relikwieën en smeedijzeren hekken zijn dan ook geschonken door parochianen. "In die tijd kon je een pastoor ook niet zomaar iets weigeren."

In de oorlog werd de kerk het slachtoffer van de klokkenroof van de Duitsers. Ze hingen nog maar drie jaar, toen ze omlaag getakeld werden. Het kerkbestuur werd hiervoor wel gewaarschuwd. John Meijer: "De Duitsers adviseerden het kerkbestuur om een geluidsopname van de klokken te maken, die ze af konden draaien bij wijze van alternatief." En zo geschiedde.

REDEN In de tijd waarin Van Bentum en Van Es jong waren, had de kerk een veel grotere rol in het leven van alledag. Van Es: "Je ging gewoon elke zondag naar de kerk, vaak twee keer. Soms ook zaterdagavond en elke dag voor schooltijd. Iedereen deed het. Het kritische denken kwam pas later." Henny Kuster, ook lange tijd parochiaan: "Als je niet ging, viel je buiten de boot en verder gebeurde er toch niks tijdens de dienst. Er was dus geen reden om niet te gaan."

Nu, 77 jaar later, heeft de kerk een andere rol. Het aantal parochianen dat elke zondag naar de dienst komt, is veel lager. Bij de terugplaatsing van de haan vorige week, refereerde pastoor Hogenelst daar op humoristische wijze aan. "Er komt geen kip meer, dus heeft een kerk nog wel een haan nodig?" Toch wijdde hij de haan vol overtuiging en ging hij persoonlijk in de hoogwerker mee naar boven om het op de torenspits te zetten.