Watje

Een watje was ik, een schuimpje, een doetje, een pluisje, een gebakje, van suiker. Dat kon best wezen, maar ik ging niet. Het was namelijk takkenweer, weer waar zelfs de honden van het hondenspeelparadijs geen brood van lusten, pokkenweer, pestweer, zeikweer, weer om klimaatneutraal in bed te liggen.

We hadden kaartjes, en we waren het ook echt van plan, we waren zelfs, samen met de buren, we boden het ze aan, het was burendag, naar de Niënhof gegaan! Daar kregen we koffie en thee uitgereikt en ons werd verzekerd dat het hoe dan ook doorging, men liet zich niet door een beetje regen uit het zonneveld slaan, wat dachten we wel. Ik dacht: jammer, want ik ben straks natuurlijk de enige die niet wil. Want zeg nou zelf: je gaat toch niet voor je lol in de stromende regen met de pont van het Utrechts Landschap een uur op de Kromme Rijn varen?

Ik had weliswaar een goede, Engelse regenjas aan, maar mijn broek zou nat worden, ik zou alleen het roffelen van de regen op mijn capuchon horen, nee, ik zou er geen zak aan vinden.

Eerst kregen we een film te zien over de historie. Wist je eigenlijk dat hij vroeger 100 m breed was, de Kromme Rijn, dat hij de grens van het Romeinse rijk was en dat bisschop Godebald, van het Godebaldkwartier in Hoog Catharijne, je weet wel, hem in 1122 heeft laten afdammen, omdat het met overstromingen de spuigaten uitliep? Theehuis Rhijnauwen stond constant onder water en Godebald hield enorm van pannenkoeken, hij nam altijd De Reus Van Rhijnauwen, half spek, half kaas, dus dat moest veranderen, dat watergelazer de hele tijd. Met dat afdammen heeft hij later nog wel grote problemen gekregen. Keizer Hendrik V vond het al niks, maar zijn opvolger, Hendrik ging in 1125 de pijp uit, zijn opvolger, Lotharius III, vond die dam een volkomen belachelijk ding. Godebald trok zich toen verbitterd en verslagen terug in de st. Laurensabdij in Oostbroek, waar hij een jaar later stierf. Erg zielig. Maar wij zijn Godebald nog altijd dankbaar voor die dam, als die er niet was geweest lag dat hele Bunnik elk jaar half onder water.

Na de film was de regen overgegaan in stortregen, precies wat Buienradar en Buienalarm al hadden voorspeld. Men ritste jassen dicht, trok de koorden der capuchons strak aan, riep "gezellig!" en marcheerde naar de pont. De buren liepen mee, mijn vrouw aarzelde en ik zei: "Kom, we gaan naar 't Wapen. Recreatie moet wel leuk zijn." Men volgde mij opgelucht. Ze hoefden niet, heerlijk!