Wakeup call

Vroeger was het Bunnikse leven wel anders. Toen had je alleen een vaste telefoon, in de woonkamer, om te bellen, met een draaischijf. Een tijd dat je goede afspraken moest maken voor je het huis verliet. Tussentijds bijsturen -'en waar ben jij nu dan?'- bestond nog niet. En toen de eerste mobiele telefoons im Schwung kwamen, zeiden veel mensen dat ze die niet nodig zouden hebben: 'die hebben wij niet nodig!'

Wouter de Kleyn

Onze oogappeltjes zijn een stuk minder terughoudend. Die jengelen vanaf groep zeven om een mobiel, want 'iedereen heeft er al één, behalve ik'. En als je dan zwicht, na ruim een jaar lang gezeur, neem dan eerst uitgebreid afscheid van je kind, want die spreek je nooit meer.

Telefoonverslaving. Ze starten in de ochtend met Clash Royale en lopen tot laat in de avond met oortjes -'dat moest van jou, pap'- door het huis naar vlogs van gamers te kijken. Ze draperen zichzelf over jouw bank en hangen met blauwverlichte gezichten boven een scherm. Af en toe komt er geluid uit. Hun mobieltje is onmisbaar, de emoticons zijn niet aan te slepen. Bellen doen ze niet, databundels en wifi zijn heilig. Ouders moeten eerst langs de mobiele telefoon voor ze hun kind te spreken kunnen krijgen. En 'even wegleggen' staat niet in hun woordenboek.

Maar het tij keert. Volgens recent onderzoek naar smartphonegebruik in het gezin vertonen ouders steeds vaker vergelijkbaar gedrag. Zelfs het meest harmonieuze gezin is niet bestand tegen de enorme druk van smartphones. Het zijn onmisbare-alles-in-één apparaten voor elk gezinslid met de ouders in de rol van 'unsmart follower'. Net als onze kinderen zijn we tegenwoordig veel te druk met onze telefoon. Maar als ik erover word aangesproken, dan 'heeft papa 'm echt nodig!' 'Voor zijn werk', voeg ik dan defensief toe, terwijl ik Facebook sluit.

40% van de kinderen maakt zich zorgen over telefoongebruik van hun ouders. Wat stom! Telefoonverslaafd, wij? Echt niet! Wij kunnen heus wel zonder. Of is hardnekkig ontkennen juist een wezenlijk kenmerk van een verslaving? En zo groeit de boom niet ver van de appel.