Steenrijk

Ik vond laatst geld op straat. Het was weliswaar maar 10 eurocent, maar het lag zo voor het oprapen. Een logische vondst, want kennelijk puilt het geld ons uit de zakken. Het stikt hier namelijk van de rijke stinkerds. Ja, u ook, want Bunnik scoort bij het CBS als rijkste huishoudens van de provincie Utrecht. Verbazing alom. We laten gemeente Zeist, De Bilt, Renswoude en Utrechtse Heuvelrug achter ons. Ok, die overstijgen ons dik in aantallen miljonairs, maar over de gehele linie bulken inwoners van Bunnik van het geld.

En wat zijn we dan toch lekker gewoon gebleven in Bunnik. Niks lakeien, butlers, chauffeurs of au-pairs. We vegen gewoon onze eigen bips af en zetten ons eigen vuilnis buiten. En dan hoeven we niet een ellenlange oprijlaan af met onze kliko. We doen zelf onze boodschappen en blijven daarbij op de kleintjes letten. We eten kliekjes en de doorgeefkleding gaat van kind op kind. Villa's of kasten van huizen staan hier nauwelijks en de peperdure auto's zie je ook niet. Ja, op de Julianalaan, maar dat zijn die te hardrijdende patsers die op doorreis zijn naar huis of de A12 en de Koelaan volledig onder stikstoffen.

Ik heb mijn bankrekening erop nageslagen. Het CBS kan me nog meer vertellen, maar mijn rijkdom moet ik toch echt zoeken in mijn innerlijke staat. Dat mijn geldvoorraad niet altijd voorhanden of oneindig is, bevreemdt mijn kinderen voortdurend. Vroeger verwezen ze me nog lachend naar een geldautomaat als ik ze vertelde dat het geld op was - daar kan je toch altijd terecht? Tegenwoordig klappen de tikkies me om de oren. Een broodje voor de lunch, een volle tank, een OV-kaart bijtanken, een beloning voor het mooie rapport, even een ijsje, het kan niet op – denken ze.

Vermoedelijk zijn er meer inwoners van Bunnik die een wenkbrauw optrekken bij de uitkomsten van dit onderzoek. Want tegenover een paar kneiterrijken staat een grote groep gemiddelden, maar een nog grotere groep van mensen die het met veel minder moeten doen. Ook in Bunnik. Het nieuws is koren op de molen voor Bijstandboy.

Onze rijkdom lijkt in stenen te zitten. Onze huizen. We zijn gewoon steenrijk. Goedverdienende hoogopgeleiden bewonen simpele Bunnikse rijtjeshuizen, tel daarbij dat de ligging uitstekend is en de vraag naar die stenen groot is. We zijn hier koning te rijk. Het neemt niet weg dat we nu te boek staan als de Utrechtse gemeente met de rijkste huishoudens. Dus wat doen wij rijke stinkerds met lieden die vinden dat geld niet stinkt? Kan iemand mijn rijkeluiskinderen en het potentiele dievengilde, dat haar pijlen nu op Bunnik richt, misschien uitleggen dat je van stenen niet kan eten?