Praatgroepje

Het is stil in Bunnik. Haast iedereen is op vakantie. Ik ben er ook niet, en ik weet van tenminste vijf andere Bunnikse gezinnen dat zij er ook niet zijn. Zij zitten momenteel bij mij in een strandtent op Vendres-plage, waar ik aan het schrijven ben. Zo'n exodus is leuk voor wie gaan, maar soms lastig voor wie blijven. Tijdens vakanties is de eenzaamheid voor hen die achterblijven vaak schrijnend. Zij zijn verlegen om te praten of ze zitten om een praatje verlegen. De koffietafel bij de supermarkt blijft angstvallig leeg en in stilte roeren ze er in hun zoveelste lammetjeskoffie.

Niet getreurd, want de Bibliotheek Idea Bunnik biedt soelaas; kom 'effe koffie leuten' roept zij op. Het 'koffie-uurtje' is elke vakantiewoensdag van 10.00 tot 11.30 uur. Iedereen kan aanschuiven om 'mee te "leuten". Speciaal voor mensen die niet op vakantie zijn en zin hebben in een gezellig gesprek.

Ik ben wel op vakantie en dan heb je juist tijd voor leuke gesprekken. Met je kinderen. Tenminste, als je ze kan verstaan, want onze gesprekken gaan ongeveer als volgt: 'Beter je geeft me effe een donnie, Woetroe. Dat beetje stacks heb ik nodig om wat te chappen met mijn dreries. Die komen zo chillen in onze osso. Doe niet zo skeer, gast. Het is niet dat ik vraag om een barkie, of zo. Zoveel stacks heb je sowieso niet, butje!' Tja, en wat zeg je dan?

Ik versta de jeugd soms niet meer. Geïnspireerd door het taalgebruik van een nieuwe lichting Nederlandse rappers verrijken en verwarren de kinderen mijn vocabulaire haast dagelijks. Nieuwe helden als Lil Kleine, Boef, Dopebwoy, Seffelinie, Bokoesam en Bizzey verstraattalen onze conversaties compleet. Het gaat over 'dikke stacks' en 'zieke bitches' - of was dat nou andersom?

Wilt u de vertaling van ons gesprek? 'Mag ik alsjeblieft tien euro, lieve vader? Dat kleine beetje geld heb ik nodig om wat te eten te kopen voor mijn vrienden. Die komen zo op bezoek bij ons thuis. Doe niet zo arm, man. Ik vraag je toch niet om een biljet van 100 euro? Ik vermoed dat jij dat sowieso niet hebt, sukkel!' (De betekenis van dat laatste woord werd zojuist pas duidelijk en daar gaan we nog wel even een gesprek over voeren…).

Bunnik is leeg en ik ben met drie Kleyne rappers op pad. Af en toe probeer ik mee te doen, maar dat gaat hopeloos mis. 'Ik heb pijn aan mijn skeer', zeg ik dan. Dat levert me hoongelach op vanaf de achterbank. Ik voel me ouder en ouder worden. De taalbarrière isoleert me van mijn kinderen. Dan smacht ik naar een goed gesprek. Volgende week ben ik weer terug. Dan spreek ik u graag aan de koffietafel bij de supermarkt. Ik vertel u aankomende vrijdag tijdens mijn koffie-uurtje graag over mijn vakantieavonturen. Osso, sweet osso!

Wouter de Kleyn