Onder Weil in Bunnik

Sporten is gezond en Bunnik is een sportieve gemeente. Twee zilveren plakken van de Olympische Spelen straalden direct en indirect af op ons dorp. Goed gedaan van hockeyster Laurien Leurink! En de Bunnikse voorzitter van de Boksbond mag heus een beetje aanspraak maken op de zilveren plak van Nouchka Fontijn.

Dat Bunnik voor iedereen sport ademt, blijkt wel uit alle evenementen die in de gemeente worden georganiseerd. Naast de ruime keuze in sportclubs, kan je rekken en strekken in Werkhoven, omvallen bij een valpreventie cursus of zwemmen in de Kromme Rijn. De hockey- en voetbalclubs verwennen de jeugdleden met leuke startdagen en op zaterdag wacht ons Bunniks Mooiste. Er is voor elk wat wils.

Meedoen is belangrijker dan winnen. Met het jeugdsportfonds toont Bunnik haar sporthart. De gemeente steunt kinderen tussen 4 en 18 jaar uit gezinnen die een sportclub niet kunnen betalen. En samen met de drie buurtsportcoaches zet Bunnik Beweegt3 zich in om nog meer mensen in de Bunnikse kernen aan het sporten te krijgen.

Er is geen ontkomen aan. Ook niet voor de Bunnikse bestuurders. Onze wethouder van o.a. sport daagt via sociale media zijn medebestuurders en ambtenaren uit om mee te doen aan de ambtenarenmarathon. Een afvaardiging van bewegelijke Bunnikse bestuursatleten lijkt slechts een kwestie van tijd. En als zij net zo ongrijpbaar zijn als in de raadzaal, dan vallen ze zeker in de prijzen.

De hitte van de afgelopen week heeft velen doen plonsen in de Kromme Rijn. Ook drie sportzwemmers van de Kromme Rijn zwemmarathon zijn langs onze gemeente gedobberd. Naar eigen zeggen hebben ze toen leptospirose, de ziekte van Weil, opgelopen. Ze zijn doodziek opgenomen in het ziekenhuis. De zwemmarathon werd om die reden afgelast.

Sporten is gezond. Maar 'als je veilig wilt zwemmen, ga dan naar een zwembad', reageert het Hoogheemraadschap lauw op de aantijging van de sporters. Zij controleren de Kromme Rijn niet op de ziekte van Weil, terwijl onze kinderen daar toch zwemmen. Het is een ongezonde reactie waar ik, Weil of geen Weil, goed ziek van ben.

Wouter de Kleyn