Sint Maarten

He, dat stomme delen ook altijd, dacht het jongetje. En waarom moet ik die belachelijke liedjes zingen? Waarom geven ze mij dat snoep niet gewoon als ik aanbel, dat gaat veel sneller. Hij was nu al aan zijn vierde deur en hij

had alleen nog maar een klein doosje Smarties.

Dingdong. De bel van het volgende huis klonk als de klokken van de Dom in Utrecht, die hij vorige week had beklommen. De deur ging onmiddellijk open. Voor hem stond een boos kijkende meneer. Het jongetje haalde diep adem en zong met een harde schrille stem: "11 September is de dag, dat mijn lichtje, dat mijn lichtje, 11 september is de dag, dat mijn lichtje schijnen mag."

"Wat zing jij daar," bulderde de man. Zijn stem was tot in de Rietdekkershoek te horen. "Hoe durf je? Ik bel de nieuwe wijkagent, die zal je in de boeien slaan, jeugddetentie en jeugd-TBS zal je krijgen, jij mag nooit meer een voet in ons dorp zetten."

De man stak zijn handen naar het jongetje uit. Snel draaide hij zich om. Hij rende weg, hij liet een spoor van Smarties achter. "Ik krijg jou nog wel Klein Duimpje," schreeuwde de man hem achterna. Huilend liep het jongetje

naar huis. "Wat is er gebeurd schatje," zei zijn moeder die hem opendeed. Hij vertelde dat hij "11 september is de dag" had gezongen en dat toen de meneer was gaan schreeuwen. "Het is 11 november," zei zijn moeder. Ze veegde zijn tranen weg en kuste hem. "Die man dacht dat je een klein terroristje was denk ik. Jeugd-TBS, zei hij dat echt?" "Jaaaaa," zei hij snikkend. Op dat moment kwamen zijn 2 zusjes thuis, zwaar beladen met snoep. "Kijk eens," zeiden ze, en ze legden zure matten, trekdroppen, minibrosjes en spekkies voor hem op tafel. "Allemaal voor jou." Het jongetje stopte met huilen en keek zijn zusjes verbaasd aan. "Waaarom voor mij?" Vroeg hij met een

beverige stem. "Sint Maarten is het feest van het delen," zeiden ze in koor. Hij pakte een trekdrop en zei: "Dank jullie wel. Als jullie volgend jaar niks krijgen, mogen jullie mijn snoep."

Vincent Bijlo