• Het huis Rotsoord, geschilderd in 1804

    Historische Kring

Lezing van de historische kring Tussen Rijn en Lek

HOUTEN Op donderdag 15 februari organiseert de historische kring Tussen Rijn en Lek een lezing over de boeiende geschiedenis van het huis Rotsoord

Peter Sprangers heeft de geschiedenis van Rotsoord onderzocht en zal ons meenemen op een 'reis' door een aantal eeuwen aan de hand van de geschiedenis van dit huis. Deze geschiedenis begint met de aankoop door Adriaen van Oort in 1668 van 'een seeckere huysinge hofstede met den steenoven, loots, schuure, speelhuys ende duyfhuys mitsgaders voorder getimmer, bepootinge ende beplantinge daer staende, gelegen buiten de Tollesteeghepoorte'. Adriaen van Oort (geboren in 1617) was afkomstig uit Gorinchem en had in 1642 een huis in Utrecht gekocht achter de Twijnstraat, aan de westzijde van de Oudegracht. Het achterhuis diende als wandtegelbakkerij. Van Oort kocht het complex aan de Vaartse Rijn samen met zijn oudste zoon Francois, op dat moment 23 jaar oud, afgestudeerd in de rechten en advocaat aan het Hof van Utrecht. Na de dood van zijn vader werd Francois volledig eigenaar van het huis met de steenbakkerij. Het was onder zijn leiding dat de bestaande steenbakkerij werd omgebouwd tot een marmelmakerij. Marmel was een gebakken product van klei, vermengd met pijpaarde:'een soort van gemarmerde steen, soo vast ende bondigh als natuerlijcke marmer'. Het octrooi hiervoor had Francois van Oort in 1691 verkregen. Een bezoeker uit Duitsland gaf hoog op van deze marmeren plavuizen 'welchen denen van gemeinen Marmor-Fliessen an Schonheit wenig nachgeben, aber viel weniger kosten'.

ROTSOORD Francois van Oort vergaarde een fortuin en bouwde daarvan aan het eind van de 17de eeuw een groot buitenhuis: Rotsoord . Rotsoord werd blijkens het opschrift op de piramiden op het dak voltooid in 1702; de naam als zodanig wordt echter al in 1697 vermeld. Voor de rijke geveldecoratie van het huis met guirlandes en medaillons was een opvallende paarsrode baksteen gebruikt. Deze waren gemaakt van een afvalproduct van de steenfabriek: klompen steen door te grote verhitting samengesmolten. Het werd ook wel mondsteen genoemd. Het was dit rotsachtige effect waaraan het huis zijn naam te danken had. Later, in de eerste helft van de 18de eeuw, werden aan weerszijden vleugels aangebouwd van twee verdiepingen. Op enige afstand hiervan verrezen twee ronde torenachtige bouwwerken, elk met een schuin naar het water aflopend pannendak met in het midden een kleine obelisk. Het hele complex, inclusief de achter het huis gelegen theekoepel, werd omsloten door een hoge, halfrond lopende haag. Na het midden van de 18de eeuw kwamen de huizen in andere handen. Daarbij bleven Rotswijk en Rotsenburg steeds in gebruik als steen- en tegelbakkerij. In 1827 werd Otto Willem Roelofs eigenaar van de buitenplaats Rotsenburg. Zijn zoon, de kunstschilder Willem Roelofs, maakte hier zijn eerste tekeningen. Rotsoord zelf was al in 1842 gesloopt en vervangen door een nieuw huis met dezelfde naam. In 1956 maakte dit huis plaats voor de uitbreiding van de Pastoe-fabriek.

Peter sprangers is secretaris van de stichting Historische Kring Tolsteeg-Hoograven, doet veel onderzoek en is gespecialiseerd in de Utrechtse wandtegelproductie vanaf 1600.  Alle geïnteresseerden zijn van harte welkom. De toegang is gratis! De lezing wordt gehouden in De Engel , Burg. Wallerweg 2, 3991 DM in Houten (tel: 030-6371554). De zaal is open om 19.30 uur. De lezing begint om 20 uur.