Kleyne lettertjesRuimtelijk inzicht

Bunnik staat weer op de kaart, of eigenlijk, in het universum. In al hun wijsheid heeft het de leden van de Internationale Astronomische Unie behaagt om een grote inslagkrater op Mars te vernoemen naar ons dorp, met dank aan de voordracht van dorpsgenoot en aardwetenschapper dr. Tjalling De Haas.

Officieel heet zo'n benoeming geen erkenning te zijn van een bepaalde plaats, maar wij weten natuurlijk wel beter. Het nieuws werd ruimhartig gedeeld in social media en veel nieuwssites besteedden er aandacht aan. Bunnik op Mars, waar een klein dorp groot in kan zijn! Maar als je vervolgens leest dat een krater een putvormige depressie in het landschap is als gevolg van de inslag van een komeet, planetoïde of meteoriet, dan verliest de benoeming toch zijn glans: 'Fijn, op ruim 60 miljoen kilometer ligt er nog een gat dat Bunnik heet…'

Bunnik heeft iets met ruimte, dat behoeft geen toelichting. Voor de zorg van grote stukken groen heeft de gemeente onlangs een Ruimtelijke Agenda met de provincie getekend. Kleine versnipperde stukken groen binnen de gemeente blijven vooralsnog een zorg. En dat noem je 'ruimte voor verbetering'.

Het is ook niet vreemd dat de benoeming juist op dit moment komt.

De werkgroep Ruimtemakers van de gemeente maakt zich al een tijdlang sterk om burgerparticipatie meer tot bloei te laten komen. Geef burgers de ruimte. De gemeente jaagt ze aan met het Bunnik Aan Zet Fonds om lokale initiatieven te financieren. Met succes. Bruisend Bunnik nodigt u op 21 juni uit om mee te denken over een ruimte waar oud en jong elkaar kunnen ontmoeten.

Leven is er niet in Bunnik op Mars, maar ons gat op aarde bruist volop.

Met de Bunnik Fair nog vers in gedachten, sprongen we zondag massaal een gat in de lucht tijdens het luchtkastelenspektakel. En waar Nederland momenteel schittert in afwezigheid op het Europese voetbalpodium, bood Bunnik dit weekend bewegingsruimte aan het NK Bubbelvoetbal. Met zulke affiches is het natuurlijk lastig om met beide benen op de grond te blijven staan. Wat heeft Bunnik toch veel in zijn mars!

Wouter de Kleyn