Burenruzie: vonnis en verkoop in verschiet

BUNNIK/UTRECHT Twee echtparen die naast elkaar wonen in Bunnik stonden vorige week woensdag tegenover elkaar in de Rechtbank in Utrecht. Burgemeester Van Schelven vertelde de rechter ook zijn visie. De rechter besloot om half januari een vonnis uit te spreken, maar twee dagen na de rechtszaak bleek een van beide partijen het huis verkocht te hebben.

Agnes Corbeij

RUZIE De ruzie speelt al jaren. Het betreft in de kern een zaak tussen familie A en familie B, waarbij bewijs is van eenzijdig getreiter van familie A. Na de laatste zitting in mei legde de rechter een mediationtraject op, dat kwam nooit op gang.

Twee maanden geleden werd in de Oranjebuurt - waar dit speelt - een actiecomité opgericht, waarvan zo'n 20 leden woensdag in de rechtszaal zaten. Zij willen een einde maken aan het pestgedrag van familie A en hebben daartoe onder meer gesprekken gevoerd met burgemeester Van Schelven.

VAN SCHELVEN Hij was ook aanwezig bij de zitting. De rechter wilde van Van Schelven horen hoe de zaak vanuit zijn perspectief in elkaar zit. Van Schelven: "Op de tweede dag van mijn burgemeesterschap in Bunnik had ik een gesprek met de Officier van Justitie over deze zaak. Ook door anderen werd ik geïnformeerd. Ik leerde al snel dat het een hopeloze zaak is, waarbij het leven voor sommigen onmogelijk gemaakt wordt."

Ook maakte Van Schelven duidelijk dat hij niet wil wachten met het inzetten van de nieuwe wet (deze zomer aangenomen) voor woonoverlast - de 'Asowet'. Deze wet geeft de burgemeester meer mogelijkheden om in te grijpen. "Gezien het dossier, wil ik haast. Mijn gemeenteraad heeft geen geduld meer."

De rechter omschreef de zaak, net als tijdens de zitting in mei, als een tweezijdige burenruzie. Daarover maakte Van Schelven een belangrijke opmerking. "Mijn beeld van de zaak is anders. In mijn optiek heeft een van beiden families (hij duidde hiermee duidelijk op familie A) helemaal geen medewerking verleend, op welke manier dan ook." Hij vertelde daar ook nog eens bij dat ook de vorige bewoners van het huis van familie B wegens pesterijen van familie A was verhuisd. Ook in de vorige woonplaats van familie A, Zeist, speelde dit al.

VERKOOP Na een schorsing maakte de rechter bekend dat hij geen verdere getuigen zou gaan horen, omdat zijn beeld compleet was, zo stelde hij. De rechter gaf aan het vonnis uit te gaan spreken op 17 januari, als dit nog nodig zou zijn. Dat laatste zei hij, aangezien het huis van de familie A te koop stond. Twee dagen na de zitting werd bekend dat het huis onder voorbehoud verkocht was. De makelaar bevestigde dit.

Daarmee lijkt de zaak opgelost voor beide families en de Oranjebuurt. Of er nog een vonnis komt en of de gemeente nog actie zal ondernemen, zal afhankelijk zijn van het tempo waarin de verkoop geregeld wordt en het pestgedrag tot die tijd. Familie A gaf tijdens de zitting aan dat zij niet van plan is in Bunnik te blijven wonen, maar dat ze nog geen nieuw huis gekocht hebben.