Zomer

De snelweg gonst veel harder dan de bijen. Iedereen is ingeblikt gekoeld op weg naar zee. daar is het warmer dan in hun auto's, de airco op het strand is buiten dienst. Wij fietsen, in de wind, een ventilator vol van hooi en gemaaid gras en lijm, ze leggen nieuwe hockeyvelden aan, van onmaaibaar gras. Het is een geur die je straks, na een verloren wedstrijd, zal troosten, omdat hij je doet denken aan de suffige duffige mufheid van kantoor.

We fietsen. Een coole senior schiet ons op een e-bike voorbij. 2 kilometer later halen we hem weer in, hij zit aan zijn accuduur. Opeens wordt het stil. De bijen gonzen nu harder dan de snelweg. De ingeblikten zijn tot staan gebracht, omdat er waarschijnlijk een zat te

bellen. Hij werd afgeleid omdat iemand aan de andere kant van de lijn iets heel belangrijks zei over derivaten, of over het recht op leven van een foetus, of over de praalwagen die ze samen voor het corso maken.

Hoe het ook zij, hij of zij was er even niet bij en ramde, schampte, botste, maakte contact met een ander, die zat te bellen met zijn ex en afspraken trachtte te maken over de verdeling van het brood en het in tweeën zagen van de kinderen. Die ander schoof naar rechts, of links, en klapte toen op iemand die net, omdat de kinderen zo'n teringherrie maakten, een ouwe cd van kabouter Plop in zijn cd-speler stak.

Wat er ook gebeurd is, het hele onderkoelde zootje staat, met draaiende motor, dat wel, en ramen gesloten, stil.

Het blik trilt van de doffe dreunen van de gratis gedownloade muziek. Ze hebben overal recht op, en het mag, het moet niets kosten. Hoe meer men heeft, hoe meer er gratis moet zijn.

Wij fietsen voor niets en horen hoe broertjes elkaar op de achterbank ogen uitsteken en nuffige zusjes knijpen en harentrekken en papa die denkt: dat klotenmooie weer, dat schijtmooie weer. Mama heeft een koelbox met komkommer en de radio zegt geruststellend: "Morgen regent het weer."

Wij vakantiefietsen door de lieve lindelucht. Op het terras van 't Wapen brengen we een toast uit. "Op alles!" "Ja, op alles. Cheers, rosit, santé." Wij, thuistoeristen, wij zijn op vakantie in eigen dorp.

We zitten tot diep in de nacht buiten met onze eigen vertrouwde muggen. In de verte slaat de in ere herstelde klok van de Barbarakerk. Nee, het is nog geen tijd om naar bed te gaan. Laat maar slaan die klok, wij bepalen zelf hoe laat het is, het is vakantie.