Wegwoorden

Het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) heeft laatst een oproep geplaatst om de vervelendste woorden van 2017 in te sturen. Aan de oproep ligt de jaarlijkse verkiezing 'Weg met dat woord' ten grondslag. Het zijn irritante woorden die we 'zeg maar' te vaak horen, stopwoorden, woorden die 'soort van' vaag zijn, woorden die 'eigenlijk' hol zijn qua betekenis of woorden die we te gemakkelijk overnemen uit andere talen, zoals 'kids' voor kinderen.

Uit de inzendingen heeft het INT een top-10 samengesteld. Woorden die u de komende tijd moet mijden zijn: 'duurzaam', 'papadag', 'stukje' en 'soort van'. Dus, een woord van waarschuwing; let op wat u zegt, want we irriteren ons snel in Nederland. Ik heb inmiddels geen 'papadag' meer, ik kijk wel uit. Nee, ik werk 'soort van' 'stukje' thuis.

Zijn er dan ook woorden te bedenken waar we ons in 2017 in Bunnik aan irriteren? Jazeker! Ik weet niet hoe het met u zit, maar het woord 'snippergroen' komt me behoorlijk de strot uit. Gelukkig duurt dat nog maar tot midden 2018. De Raad van State verwierp in oktober de bezwaren en de koopovereenkomsten worden nu 'soort van' definitief.

Bunnik kent genoeg irritante woorden. Wat dacht u van 'Tracébesluit' of 'babbeltruc'? Ik erger me ook aan 'WhatsAppgroep', 'komkommertijd' en 'winkelsluiting'. En wat dacht u van 'Oranje' na zo'n kwalificatiereeks? Of meer recent; 'zwartepietendiscussie'?

Er is 'eigenlijk' maar één woord dat in 2017 al mijn irritaties overstemt. En dat is het woord 'kanker'. En dan bedoel ik niet de ziekte. Nee, ik bedoel het woord dat de jeugd te pas en te onpas gebruikt om hun ongenoegen te uiten. Op het schoolplein notabene. Een heel, heel groot woord voor kleine irritaties. 'Kanker', een woord dat mijn zoon huilend naar huis kan sturen. Te dichtbij. Te kwetsend. Te emotioneel. Hij durft het woord niet eens uit te spreken. 'Kanker', een woord waarvan ik hem vertelde dat hij het dan maar als een scheldwoord moest zien. 'Dan maar'. Moet je mij horen. Ik ben 'soort van' sprakeloos. Ik heb er echt geen woorden voor.

Wouter de Kleyn