Vluchtgedrag

Bunnik voelt leeg aan. Het lijkt wel of iedereen weg is en dat is ook wel een beetje zo. Carla en Michiel zijn op Corsica, Emmy en Frank in de States. Carien en Harry zijn in Thailand, Wouter wandelt door de Pyreneeën en een andere Wouter bezoekt Wenen. Ik zie foto's van lachende mensen met glazen bij zwembaden. Ze lachen me toe en proosten op het leven. Allemaal op reis, de sleur ontvluchten.

Geen praatje met bekenden in de Albert Heijn, de paden vullen zich met vakantiegangers uit eigen land, en met Duitsers en Polen, hoewel die laatsten misschien vanaf de camping een woninkje afstucen. Ze vergapen zich aan onze heerlijke kazen. Een praatje maken zit er niet in, ze kijken enorm van zich af en mijn Pools is gewoon niet zo goed.

Een paar winkels in de Dorpsstraat laten aangepaste openingstijden zien of zijn zelfs een weekje dicht. De Dorpstraat waar jij pas nog liep. Ik sta voor dichte deuren. Verdorie, wat onhandig! Ik moet nog wat zaken voor je regelen, maar dat kan nu niet. De enige die me uitkomst biedt is de Mitra, maar een vlucht in drank biedt slechts tijdelijk soelaas en dan moet ik weer ontwennen met de keiharde realiteit.

Ik zie je nog schuifelen door de straat. Mensen van twee keer jouw leeftijd haalden je in. Veel te jong voor een rollator, maar ook veel te jong om alleen maar thuis te zitten. 'Even een frisse neus halen, en kaas op de markt', zei je dan. Je was jaloers op de hardlopers die we tegenkwamen. 'Zal ik dat ooit weer kunnen?' vroeg je me. 'Tuurlijk', loog ik dan. Die verdomde rotziekte! Nu zou ik je graag weer even zien schuifelen, dat had ik toen tenminste nog.

Bunnik voelt leeg aan. In mijn agenda verschijnt een notificatie van onze vakantie. Ik ben al een lijstje aan het maken van de dingen die mee moeten; paspoorten, opladers, zwembroeken, noem maar op. De kinderen moeten hun eigen koffer pakken, voor het eerst. Ik vertrek, maar voor mij is het vluchtgedrag. En ik ben heel erg bang dat ik de leegte op mijn reis niet kan ontvluchten met deze vakantie. Dag lieve Claar!

Wouter de Kleyn