Koud

Nooit, echt nooit in mijn hele Bunnikse bestaan, dat nu toch al bijna 20 jaar duurt, nooit had ik het zo koud als afgelopen zaterdag. Godallemachtig, goeje genade, de geselende noordooster ging door merg, been en thermisch ondergoed. We stonden voor de Jumbo op de Meent. Probeer onze Bloemen eens, met 7 dagen vaasgarantie. Vers is bij ons ook echt vers. Koud was bij mij ook echt koud. Zou het altijd zo koud zijn in Odijk? Ik vroeg het aan een burger. Ja, zei hij, altijd. Maar in Werkhoven is het nog 5 graden kouder. Als je daar wildplast dan ben je nog niet jarig. Dan moet de brandweer er aan te pas komen om je uit te hakken. Het is er bar en boos. Ze hebben in Werkhoven zelfs de lammetjes binnen moeten halen. IJs- en ijskoud. En wat denk je, winnen ze uitgerekend in Werkhoven de Postcodeloterij IJsprijs. Daar hebben wij patent op, op die prijs, in de gemeente. Vorig jaar viel hij bij ons in Odijk. We hebben het geweten. Wekenlang aan de race van de Ben en Jerrys. Man man man, wat een weer. Het komt allemaal door de Russen. Die proberen de Bunnikse gemeenteraadsverkiezingen te beinvloeden. Een flyerende lieve Liberaal reikte me een bekertje warme chocolademelk aan, speciaal meegenomen voor de kleumende kiezer. Jullie hadden wel wat meer kunnen autorijden, Liberalen, zei ik, dan was het wat harder opgeschoten met het broeikaseffect. Hij excuseerde zich beleefd en beloofde dat hij beter zijn best zou doen. Meneer Bijlo, vroeg een vrouw, die mij meteen ook maar omhelsde, dat gaf wat warmte, moet ik voor of tegen de Sleepwet stemmen. Wat denkt u zelf,, vroeg ik tactisch. Nou, zei ze, ik zou het eerlijk gezegd wel een eer vinden. Wat precies? Om afgeluisterd te worden. Dan ben ik tenminste ook eens iemand, dan word ik eindelijk eens gehoord. Ik hield de bibberende vrouw vast en zei: Dan moet u voor de Sleepwet stemmen. Maar u kunt natuurlijk ook eens naar de Huiskamer van Odijk gaan. Daar kunt u analoog chatten met anderen, van mond tot oor. Ouwehoeren bedoel ik, kletsen, praten. Daar kan iedereen elkaar onbekommerd afluisteren. Ik probeerde mijn voet op te tillen, tevergeefs. Mijn schoen was vastgevroren aan de Meent. De Liberaal van de chocolademelk knipte zijn sigarenaansteker aan en hield het vlammetjevlak boven de stoeptegels. Het ijs verdween als sneeuw voor mijn schoen. Ik gaf de Liberaal een highfive en liep de Jumbo in. Vaasgarantie, dat had ik nodig. Een man klampte mij aan. Moet ik op u stemmen, vroeg hij. Dat moet u zelf weten, zei ik, als u mij maar belooft dat u gaat stemmen. De man zuchtte. Vis-ser, Vis-kil, zei hij, wat maakt het uit, het is allemaal vis.