Elfde

We zijn elfde geworden. Elfde op een ranglijst voor gemeenten als het gaat om economische toplocaties in Nederland. En als we de 'grote steden' Amsterdam, Rotterdam en Utrecht en de 'overige kernsteden' buiten

beschouwing laten, dan zijn we zelfs vierde van Nederland! En dat voor een 'suburb grote steden'. Zo'n topnotering hebben we te danken aan een bruisend ondernemersklimaat, de strategische ligging in de regio en een

Science Park in de achtertuin. Bunnik ligt er lekker bij, zeg maar.

In een korte verklaring geeft het college van Bunnik aan dat het enthousiast is over onze notering. Het is vast geen verrassing geweest; we hangen immers al eeuwen tegen de top tien aan, want kort na onze jaartelling bouwden de Romeinen hier een castellum met een haven aan de Kromme Rijn. En je kan veel zeggen van die Romeinen, maar in die tijd hadden zij best veel gevoel voor het bepalen van strategische toplocaties. Een handelsplaats was geboren, lang voordat Bunnik een klein Bunnikje was.

In de eeuwen die daarop volgden, zetten nieuwe handelaren hun 'plannen des starts ende businessch' op papier en vestigden zich in Wercundia, Jodichem of het oude Bunninchem - niet te verwarren met het huidige en beduidend minder bruisende Bunninchem. Mensen met dadendrang en handelsgeest, die keihard werkten voor hun bestaan. Zij kozen voor een gemeente waar plaats was en niet voor een gemeente die 'de initiatieven van de ondernemers in onze gemeente waar mogelijk een plaats wil geven'.

Maar leg mij nou eens uit: als Bunnik een dorp is in een gemeente die elfde staat op de lijst voor economische toplocaties in Nederland, waarom wil niemand zich dan vestigen als bruisende winkelier in onze dorpskern? De

voormalige terStal staat nog steeds leeg. Niet de gemeente, maar het internet regeert momenteel over onze handelsplaats. Het wereld-wijde-web, dat is pas een economische toplocatie! En 11e of niet, ik ben al blij dat

we op vrijdag, op de markt in ons Bunnikse castellum, nieuwe marskramers met olijven en noten kunnen verwelkomen.

Wouter de Kleyn