De beuk erin...

Hij staat roerloos en kaal in de koude zondagmiddag. Hij wacht zoals alleen bomen kunnen wachten. Zo staat hij hier in Amelisweerd elk jaar, met zijn lege takken als verlangende armen uitgestrekt naar de lente. Hij weet dat het nog een maand of tweeënhalf duurt, leer de boom de gang der seizoenen kennen. Je hoeft de honderdjarige beuk niets te vertellen. Hij heeft alles al meegemaakt.

In 1982 sneuvelden veel van zijn kameraden op het slagveld van de vooruitgang. Hij werd gespaard. Hij droeg het verlies van zijn verloren medebomen zoals bomen dat dragen, geduldig, waardig.

Hij staat er voor zijn leeftijd nog lekker stevig bij. Ik beklop zijn bast en leun even met mijn volle gewicht tegen hem aan. Hij voelt als een bosrots in het geluid van de branding der langssuizende auto's.

Hij weet er nog niets van, maar als het aan de minister en een meerderheid in de Tweede Kamer ligt zal hij het niet lang meer maken. Niet dat hij een voltooid leven heeft, hij zou nog tientallen jaren CO2 kunnen vangen en fijnstof kunnen opnemen. Nee, Hij staat in de weg, samen met zo'n 600 andere bomen, ze zijn obstakels voor nog meer vooruitgang. Ze moeten wijken voor de doorstroming.

We lopen somber klossend door de halfgesmolten sneeuw over de zompige bosgrond. Ik volg met mijn handen de roodwitte linten die gespannen zijn door mensen die van bomen houden. Alles binnen die linten gaat plat, om ruim baan te maken. De asfaltgelovigen hebben gesproken, de economie heeft weer eens aan het langste eind getrokken. Hoe leg je dat bomen uit? Bespaar je de moeite, bomen zijn weerloos. Ze knappen voor ons het vuile werk op, maar als ze je niet aanstaan, kap ze dan gerust, daar heb je dubbel plezier van. Je bent van ze af en je kunt ze ook nog eens, onder het genot van een goed glas wijn, opstoken in je open haard.

En de mensen die langs die verbrede snelweg wonen, die zullen heus niet stikken. En al zouden ze dat wel doen, dan nog! Nederland is nou eenmaal doorvoerland voor Europa, dat mag geen boombreed in de weg gelegd worden. Wij zijn een economisch topland, een paradijs, wat zeg ik, een belastingparadijs, waag het niet een hap van de Apple te nemen.

Maar dan kent u ons nog niet, 130-minister Schultz, wij leggen ons niet neer bij uw tracébesluit, beuk, je zal niet sneuvelen, Lunetten, je zal niet stikken. Kom op, de beuk erin, op naar de Raad Van State!