Boosdoeners

Ik ben echt geen kwaaie jongen, maar de laatste tijd ben ik veel boos. En ik ben niet de enige, helaas. Het valt me op dat veel mensen snel boos zijn. Het zit 'm in kleine dingen; die hele boze meneer die er alles aan

doet om me niet te laten ritsen, de buurvrouw die boos jouw vuilniszak uit haar, vrijwel lege kliko haalt en teruggooit in jouw tuin. Die achterbuurman die boos wordt op jouw kinderen die zijn zondagsrust verstoren met hockeybal en stick. En dat jij dan weer heel boos wordt op die achter(lijke)buurman, die hockeyherrie vroeger geen enkel probleem vond.

We zijn boos op die wildkakkende rothond, op het lawaai van HRFST, op ondergrondse afvalcontainers, op getreuzel in het verkeer, op teamgenoten, op scheidsrechters, op onze kinderen. Bozige Bunnikse burgers. Hoe komt

dat? Geleerd op school? Misschien, want basisschoolmeesters en juffen zijn ook boos. Ze zijn boos op de regering. Ze willen een eerlijk salaris en de werkdruk verlagen. Ze willen de tijd om kinderen iets te leren. En ik ben dus ook boos, merk ik. Maar mijn boosheid is er voortdurend en van een ander kaliber. Ik ben bijvoorbeeld heel boos om wat mijn vrouw is overkomen. Boos dat het daar niet bij blijft als ik zo om me heen kijk. Ik ben boos omdat ik bijna niks meer uit mijn vingers krijg. Boos als ze me vragen of ik 'het alweer een beetje op de rit heb' en boos omdat het 'op-de-rit-zetten' niet sneller gaat. Of boos als ze me zeggen dat ik alle recht heb om boos te zijn.

Daar zit 'm precies het verschil; het is 'op' of 'om'. Ben je boos óp iemand of ben je boos óm iets? Ben je geïrriteerd of gefrustreerd? Kwaad of verdrietig? Ik treur om het recente verlies, maar ben soms kwaad op mijn

kinderen: 'Leren ze je dan helemaal niets op school?' En de meesters en juffen zijn boos op de politiek, maar boos om de kwaliteit van het onderwijs als maatregelen achterblijven. Mijn kinderen vertel ik dat ik het goed begrijp als ze ergens 'boos-om' zijn, maar dat ze wat minder makkelijk 'boos-op' moeten zijn. En of het echte bollebozen worden? De tijd zal het leren!

Wouter de Kleyn